Programma orgelconcert Breukelen, 15 juli 2016

1. Grosses Praeludium und Fuge (A moll) – Sebastian Bach
2. Praeambulum supra Warum betrübst du dich, mein Herz – Joh. Ludw. Krebs (1713 – 1780)
3. Sonata A moll (Orgel Solo) – Carl Phil. Em. Bach (1714 – 1788)
4. Prelude & Fugue (G Major – op. 37 no. 2) – Felix Mendelssohn (1809 – 1847)

Programma-toelichting

1: Natuurlijk betreft het hier de BWV 543. Alleen, zó stond het in het programma van het Bach-concert dat Mendelssohn op donderdag 6 augustus 1840 in de Thomaskerk in Leipzig heeft gegeven. Tussen 1830 en 1840 vierde Mendelssohn juist met dit stuk triomfen in Engeland. In 1844 introduceerde de Breslauer organist Adolph Hesse met onder meer deze BWV 543 de ‘Bach-traditie’ in Parijs. Alleen in Berlijn was de traditie van het Bach-spel sinds de dagen van Carl Ph. E. Bach nooit weggeweest. Tot en met Carl Aug. Haupt (1849 – 1891) zijn de grote Bach-werken daar immer “per l’Organo pleno” gespeeld. Bach componeerde het stuk in de stijl van het Venetiaanse concerto. naar velen aannemen ergens tussen 1712 en 1714.
Bach? Bach-wetenschapper David Schulenberg weet in 2013 te melden dat Bach’s auteurschap “weinig plausibel” is en de discussie erover “zeker gerechtvaardigd”. “Ach, mein lieber Augustin, alles geht… hin”.

2: In 1756 publiceerde Bach-leerling Krebs een “Erste und zweite Lieferung der Clavier Ubung”. Krebs was toen slotorganist in Zeitz. Krebs spreekt de taal van de ‘style galant’. “Galant’ is een 18e eeuws modewoord. Voltaire definieert het als ‘verzuchting om te behagen’.
J.S. Bach’s ‘geleerde’ en de ‘galante’ stijl van zijn leerlingen verhouden zich tot elkaar als het onderscheid tussen complexiteit en eenvoud, ouderwetsheid en moderniteit.
In zijn muzikale vormen blijft Krebs trouw aan zijn leraar, maar zijn taal spreekt in de nieuwe tijd, op eigenzinnige, ‘Krebse’ wijze.

3: De sonate in a-klein is de 4e van 4 “Orgel Solos” die Carl Bach schreef voor prinses Anna Amalia van Pruissen (1723 – 1787), zijn brooddame, om haar iets te spelen te geven op het orgel dat zij in 1755 voor zichzelf liet bouwen.
De aantekening “Orgel Solo” stamt van de componist zelf. Is het een aanduiding dat de muzikaal zeer begaafde prinses haar orgel vnl. bespeelde als continuo-instrument?
In een brief uit 1768 schreef Carl “dat de galante stijl weliswaar ‘de oren vult, maar niet het hart’.” (Berger, p.15) Zelf ontwikkelt hij dan ook een stijl die wordt aangeduid als ‘Empfindsamkeit’ of de ’empfindsame’ stijl. In deze stijl, die emotioneel en hypersensitief is, wisselen gemoedstoestanden elkaar snel en bruusk af. In de sonate in a valt het Onderpositief het Manuaal bijvoorbeeld voortdurend in de rede. Het instrument speelt alsof het spreekt. Versieringstonen zijn geen opsmuk meer, maar bepalen de essentie van de melodie. Dit laat zich vooral in het 3e deel van de sonate horen.
‘Emotionele betrokkenheid’ is Bach’s sleutelbegrip. “‘Op droevige plaatsen wordt de musicus droef’, zo schrijft hij. ‘Je hoort het en je kunt het van hem aflezen'” (Berger, p. 17). Bach maakt gebruik van 4 muzikale persoonlijkheden die hij in zijn muziek tegen elkaar afzet: de ‘zwartkijker’, de ‘woeste driftkop’, de ‘gloedvolle warmhartige’ en de ‘gelatene’. Ik hoop dat deze of gene vanmiddag zélf het woord tot u zal richten.

4: De “Three Preludes & Fugues” verschenen in 1837 als opus 37 gelijktijdig bij Breitkopf in Leipzig en Novello in Londen in druk. Mendelssohn componeerde het preludium op 4 april 1837 in Speyer (tijdens zijn huwelijksreis met Cécile Jeanrenaud). De fuga ontstond in Leipzig op 1 december 1836. Het preludium is in 6/8 maat met als tempoduiding ‘Andante con moto’ en ‘mp’ (mezzo piano) als dynamische aanwijzing. De fuga geeft als maat 4/2 en ‘mf’ (mezzo forte).
Het spreekt welhaast vanzelf dat Mendelssohn’s idioom ‘romantisch’ is. Maar hij grijpt terug op het volstrekt ‘ouderwetse’ contrapunt van de ‘oude Sebastiaan’, zoals Felix Bach placht te noemen. Zo komt hij tot een geheel eigen en nieuwerwetse fugavorm die met de late Barok weinig meer van doen heeft. De muziek laat mij horen waarom Mendelssohn niet alleen ‘Felix’ heette maar dat ‘geluk’ ook in zijn muziek uitstraalde. Het voorspel zingt ons toe in warme, pastorale tinten en kent de klassieke ‘sonatevorm’ met een melancholisch ‘zangthema’ in g klein. Het magistrale fugathema zet in met het pedaal en zingt de sterren van de hemel. De fuga eindigt bijna verstild in een muzikaal decrescendo om als het ware ruimte te scheppen voor de bespeling op 26 augustus die lucht zal geven aan de Spaanse 18e eeuw.

Bätz-orgel, Pieterskerk – Breukelen

Breukelen-BatzorgelHet orgel werd in 1787 gebouwd door Gideon Thomas Bätz, die een instrument leverde met twaalf registers op één manuaal. Maar liefst vijf registers zijn verdeeld in bas en discant, zodat het mogelijk is om op één manuaal tegelijkertijd een begeleiding en een uitkomende stem te laten klinken. Indrukwekkend is de geschilderde Turkse kap, op de afscheiding tussen koor en schip. Hierbij valt de complexe decoratie aan weerszijden en aan de onderzijde van de kas in het niet.

Bätz had onderin de kast veel ruimte opengelaten. Deze ruimte werd in 1867 door C.G.F. Witte benut om een onderpositief aan het orgel toe te voegen. Het bestond uit drie milde registers, die specifiek ten doel hadden om voor- en tussenspelen bij de psalmverzen extra cachet te geven. Tevens verhoogde hij de toonhoogte met een halve toon naar de toenmalige normaaltoon (435 Hz).

In 1905 verving W. van Dijk de nog originele spaanbalgen door een magazijnbalg. In 1926 sloot hij de frontpijpen van de Prestant in de gedeelde tussenvelden (discant, vanaf cis’ en dubbel) af en plaatste hiervoor binnenpijpen. In 1980 restaureerde Gebr. Van Vulpen het orgel. Het pijpwerk werd in de aangetroffen staat hersteld.

Hoofdwerk [I] C – f3
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Quintadeen 8′ (bas)
Octaaf 4′
Fluit 4′ (bas/discant)
Quint 3′ (bas/discant)
Octaaf 2′ (bas/discant)
Sexquialter IV (discant)
Cornet V (discant)
Mixtuur IV-VIII (bas/discant)
Trompet 8′ (bas/discant)
Tremulant

Bovenmanuaal [II] C – f3
Holfluit 8′
Viola da Gamba 8′
Roerfluit 4′

Pedaal C – d1
aangehangen

Manuaalkoppel

Bätz orgel Breukelen klavier 500px