Programma orgelconcert Breukelen, 12 juli 2013 – “Flow my Tears, fall from your springs”

1. Peeter Cornet (15??-16??)
Fantasia
(no recording available)

2. Peter Philips (±1560-1628)
Pavana (1582) “The first one Philips made”

3. John Dowland (1563-1626)
Lachrimae (1600)
de oorspronkelijke bew. voor 6-snarige luit in g

4. Jan Pietersz. Sweelinck (1562-1621)
Fantasia a 3 “auf die manier eines Echo”

5. John Bull (1562-1628)
Fantasia op de Fuga van M: Jan Pieters
“fecit Dr. Bull 1621 15. Decemb.”

6. Abraham van den Kerckhoven (±1618-1701)
Fantasia Cornet

7. B.C. = Benjamin Cosyn (voor 1622-na 1643)?
[geen titel, in a]

TOELICHTING

“Flow my Tears …”
Aldus de aanhef van de “pavane van de Tranen” waarmee John Dowland in 1600 een letterljke wereldhit componeerde. Zeer uitzonderlijk raakte de wereld van toen van hoog tot laag in de ban van Dowland’s ontroerende melodie en diep melancholische tekst. Dowland zelf bleef doodongelukkig – “Semper Dowland Dolens” luidt een andere compositie – maar liet zich de roem graag aanleunen: hij ondertekende met: “Dé Dowland van de Lacrimae”. Het beginmotief echode tot twee eeuwen na in talrijke composities tot en met Bach’s beroemde “toccata in d-minor” toe.

Over Cornet weten we heel weinig en wat we weten spreekt elkaar ook nog eens tegen. Hij was tijdgenoot van Sweelinck en werkte (volgens zijn weduwe 33 jaar) aan het Brusselse hof. Is het toeval dat het “Lacrimae-motief” in het thema van de vanmiddag gespeelde Fantasia opduikt?

Peter Philips schreef – vóór Dowland – een andere “wereldhit”: zijn eerste pavane uit 1582 werd zo beroemd dat de betiteling “de Engelse pavane” volstond om hem te identificeren in het toenmalige woud van pavanes. Om geloofsredenen uit Engeland uitgeweken werkte Philips in Vlaanderen. In 1596 bezocht hij Sweelinck in Amsterdam. Prompt vergastte de grote Amsterdammer Philips op een “verbeterde” versie van zijn eigen pavane, gevolgd door een ‘variatio’ van hemzelf, wat weer een eerbetoon aan de componist was: de “Pavana Philippi”. De vandaag met de Trompet gespeelde “oorspronkelijke” pavane wil de plechtstatigheid van het genre “pavane” uitlichten.

In 1600 was John Dowland in dienst bij koning Christiaan IV van Denemarken – de “koning-alcohol” die tijdens zijn lange regering nooit één veldslag won, maar wel oog had voor de ongehoorde talenten als Dowland en Compenius, de orgelmaker. Dowland publiceerde tegelijkertijd twee versies van de “Lacrimae”: de vandaag gespeelde versie voor luit solo en een liedversie, begeleid door luit en basgamba. In 1604 schreef hij nog een derde versie voor gamba-consort en luit. Dat gamba-consort was een noviteit die insloeg als een bom en weer schreef Dowland geschiedenis, zij het wel “Semper Dolens”. In de jaren erna schreven tientallen componisten voor allerhande instrumenten hún versie van Dowland’s “Lacrimae”, onder wie ook Jan Pietersz. Sweelinck. Zo veroverde de “Melancholia” de wereld …

Ook de “Orpheus van Amsterdam” – vanaf 1577 organist van de Oude Kerk aldaar – staat vanmiddag centraal. Zíjn bewerkingen van onze twee “wereldnummers” worden node gemist, omwille van de tijd. Laat ons luisteren naar zijn eigen uitbeelding van de Melancholie in deze zoete (en pas in de vorige eeuw beroemd geworden) Echo-Fantasie.
Crosste Dowland zowat heel Europa door, Sweelinck bleef een thuismus. Slechts één keer bezocht hij het “buitenland Antwerpen”: in 1604 om er voor zijn stad een klavecimbel te kopen. Aldaar was de Engelsman John Bull (uitgeweken om geloofs- en minder nobele redenen) organist van de kathedraal. Sweelinck stierf op 16 oktober 1621. Op 15 december schreef Bull de vandaag gespeelde Fantasia. De genoemde “Fuga” is verloren gegaan. Twee maanden, zolang deed nieuws er blijkbaar toen over (de 80-jarige oorlog was inmiddels weer begonnen). Het zal ons weinig verbazen dat Bull de tenor vier maten voor het slot van het stuk het “Lacrimae-motief” laat zingen: zo subtiel treurt de ene virtuoos om het heengaan van de andere.

Kerckhoven was van 1634 tot zijn dood in 1701 organist van de Sint-Katelijnekerk te Brussel. Tevens wordt hij vermeld als hoforganist. Levendig snatert de Breukelense Cornet zijn “Fantasia-spinsels”, in de korte ‘giga’ aan het eind met de trompet opgewaardeerd tot “grands jeux”.

Staat B.C. inderdaad voor de Engelsman Benjamin Cosyn, dan kennen we behalve zijn handschrift – hij liet ons een ‘Virginal Book’ met werken van collega’s – vrij weinig van hem: in 1622 wordt hij tot organist benoemd, in 1643 – toen het orgel in de ban werd gedaan in kerken en kapellen – werd hij ontslagen. Echter met pensioen van de regering vanwege zijn “poverty, old-age and imperfections of body”. Benjamin Cosijn liet ons een drietal naamloze composities na (alle als “B.C.”). De vandaag gespeelde is geschreven in de stijl van de gamba-consort composities. Een laatste groet van John Dowland wiens “Melancholie” de wereld sinds 1600 veroverd had.

Bätz-orgel – Pieterskerk, Breukelen

Breukelen-BatzorgelHet orgel werd in 1787 gebouwd door Gideon Thomas Bätz, die een instrument leverde met twaalf registers op één manuaal. Maar liefst vijf registers zijn verdeeld in bas en discant, zodat het mogelijk is om op één manuaal tegelijkertijd een begeleiding en een uitkomende stem te laten klinken. Indrukwekkend is de geschilderde Turkse kap, op de afscheiding tussen koor en schip. Hierbij valt de complexe decoratie aan weerszijden en aan de onderzijde van de kas in het niet.

Bätz had onderin de kas veel ruimte opengelaten. Deze ruimte werd in 1867 door C.G.F. Witte benut om een onderpositief aan het orgel toe te voegen. Het bestond uit drie milde registers, die specifiek ten doel hadden om voor- en tussenspelen bij de psalmverzen extra cachet te geven. Tevens verhoogde hij de toonhoogte met een halve toon naar de toenmalige normaaltoon (435 Hz).

In 1905 verving W. van Dijk de nog originele spaanbalgen door een magazijnbalg. In 1926 sloot hij de frontpijpen van de Prestant in de gedeelde tussenvelden (discant, vanaf cis’ en dubbel) af en plaatste hiervoor binnenpijpen. In 1980 restaureerde Gebr. Van Vulpen het orgel. Het pijpwerk werd in de aangetroffen staat hersteld.

Hoofdwerk [I] C – f3
Bourdon 16′
Prestant 8′
Holpijp 8′
Quintadeen 8′ (bas)
Octaaf 4′
Fluit 4′ (bas/discant)
Quint 3′ (bas/discant)
Octaaf 2′ (bas/discant)
Sexquialter IV (discant)
Cornet V (discant)
Mixtuur IV-VIII (bas/discant)
Trompet 8′ (bas/discant)
Tremulant

Bovenmanuaal [II] C – f3
Holfluit 8′
Viola da Gamba 8′
Roerfluit 4′

Pedaal C – d1
aangehangen

Manuaalkoppel